Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Soerah Foessilat 41

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 1 van 1]

1 Soerah Foessilat 41 op di okt 09, 2012 9:23 am

Laila

avatar
United Community Elite
United Community Elite
Dit hoofdstuk draagt de naam van zijn aanvangsletters, maar hierbij wordt het woord foessilat, d.i. duidelijk gemaakt, gevoegd om het van de andere hoofdstukken van dezelfde groep te onderscheiden. Het is het tweede hoofdstuk van de Ha miem- groep. Wat zijn thema, jaar van openbaring en verband met het vorige hoofdstuk betreft, de algemene opmerkingen over het vorige hoofdstuk is voldoende. De eerste paragraaf bevat een uitnodiging tot het aannemen van de waarheid; de tweede geeft een waarschuwing in geval van volharding bij het verwerpen; de derde maakt melding van de getuigenis der vermogens van de mens zelf tegen het verwerpen van de waarheid; de vierde toont aan, dat de gelovigen door inspiratie gesterkt worden; de vijfde wijst op de uitwerking van de openbaring, welke leven geeft aan degenen die zedelijk en geestelijk dood zijn, en de geestelijke ziekten van de mens geneest. De laatste paragraaf echter zegt ons, dat, indien men op al deze waarschuwingen en argumenten geen acht slaat, de kastijding onvermijdelijk is, van welker tekenen men getuige kan zijn in de geleidelijke verspreiding der waarheid.

2 Re: Soerah Foessilat 41 op di okt 09, 2012 9:23 am

Laila

avatar
United Community Elite
United Community Elite
Paragraaf 1 Uitnodiging tot de Waarheid.

Biesmiellaahier – Rahmaanier – Rahiem.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1. Ha-meem
1 Geloofde, Glorierijke Allah!

2. Tanzeelun mina alrrahmani alrraheemi
2 Een openbaring van de Barmhartige, de Genadevolle Allah:


3. Kitabun fussilat ayatuhu qur-anan AAarabiyyan liqawmin yaAAlamoona
3 Een Boek waarvan de verzen duidelijk zijn gemaakt, een Arabische Qoer-An voor een volk dat weet:

4. Basheeran wanatheeran faaAArada aktharuhum fahum la yasmaAAoona
4 Een aankondiger van blijde tijdingen en een waarschuwer, maar de meeste hunner wenden zich af, zodat zij niet horen.

5. Waqaloo quloobuna fee akinnatin mimma tadAAoona ilayhi wafee athanina waqrun wamin baynina wabaynika hijabun faiAAmal innana AAamiloona
5 En zij zeggen: Onze harten zijn onder deksels voor datgene waartoe gij ons roept, en er is een zwaarte in onze oren, en een sluier hangt tussen ons en u; derhalve, werk, ook wij werken.1149

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1149 De deksels van de harten, de zwaarte in de oren en het hangen van de sluiers zijn gebezigd eenvoudig om aan te duiden, dat zij de waarheid vastberaden verwierpen; zij besloten hun hart niet voor de waarheid te openen, opdat deze er niet in zou gaan, noch het oor er aan te lenen, opdat zij de prediking van de Heilige Profeet (s.a.w.) niet hoorden.

6. Qul innama ana basharun mithlukum yooha ilayya annama ilahukum ilahun wahidun faistaqeemoo ilayhi waistaghfiroohu wawaylun lilmushrikeena
6 Zeg: Ik ben slechts een sterveling als gij; het is mij geopenbaard, dat uw Allah een enig Allah is; derhalve, volg de rechten weg naar Hem en vraag Zijn vergiffenis; en wee over de polytheïsme,

7. Allatheena la yu/toona alzzakata wahum bial-akhirati hum kafiroona
7 (Over) degenen die geen aalmoezen geven, en zij zijn degenen die niet in het hiernamaals geloven.

8. Inna allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati lahum ajrun ghayru mamnoonin
8 (Aangaande) degenen die geloven en het goede doen, zij zullen een beloning hebben, die nimmer zal worden afgesneden.



Laatst aangepast door Naila op di okt 09, 2012 9:39 am; in totaal 1 keer bewerkt

3 Re: Soerah Foessilat 41 op di okt 09, 2012 9:23 am

Laila

avatar
United Community Elite
United Community Elite
Paragraaf 2 De Waarschuwing.

9. Qul a-innakum latakfuroona biallathee khalaqa al-arda fee yawmayni watajAAaloona lahu andadan thalika rabbu alAAalameena
9 Zeg: Wat! gelooft gij waarlijk niet in Hem, Die de aarde in twee tijdperken geschapen heeft, en plaatst gij gelijken nevens Hem? Dat is de Heer der werelden.

10. WajaAAala feeha rawasiya min fawqiha wabaraka feeha waqaddara feeha aqwataha fee arbaAAati ayyamin sawaan lilssa-ileena
10 En Hij heeft daarop bergen op haar oppervlakte gemaakt, en Hij heeft daarop gezegend en daarop haar voedingsmiddelen gemaakt, in vier tijdperken: 1150 gelijkelijk voor degenen die zoeken.

11. Thumma istawa ila alssama-i wahiya dukhanun faqala laha walil-ardi i/tiya tawAAan aw karhan qalata atayna ta-iAAeena
11 Vervolgens richtte Hij Zich op de hemel en die is damp; 1151 en Hij zei daartoe en tot de aarde: Kom beide, gewillig of ongewillig. Beide zeiden: Wij komen gewillig.

12. Faqadahunna sabAAa samawatin fee yawmayni waawha fee kulli sama-in amraha wazayyanna alssamaa alddunya bimasabeeha wahifthan thalika taqdeeru alAAazeezi alAAaleemi
12 Dan bepaalde Hij ze tot zeven hemelen in twee tijdperken, 1152 en openbaarde in iedere hemel zijn zaak; en Wij versierden de lagere hemel met schitterende sterren en (lieten die) bewaken; dat is het besluit van de Machtige, de Wetende.

13. Fa-in aAAradoo fuqul anthartukum saAAiqatan mithla saAAiqati AAadin wathamooda
13 Maar indien zij zich afwenden, zeg dan: Ik heb u voor een gesel gewaarschuwd, gelijk de gesel van Ad en Samoed.

14. Ith jaat-humu alrrusulu min bayni aydeehim wamin khalfihim alla taAAbudoo illa Allaha qaloo law shaa rabbuna laanzala mala-ikatan fa-inna bima orsiltum bihi kafiroona
14 Toen hun apostelen tot hen kwamen, van voor hen en van achter hen, zeggende: Dien niets dan Allah, zeiden zij: Indien het Onzen Heer had behaagt, zou Hij zekerlijk engelen hebben nedergezonden; derhalve waarlijk, wij zijn degenen die niet in datgene geloven, waarmede gij gezonden zijt.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1150 De hier genoemde tijdperken zijn dezelfde als die, welke elders vermeld zijn en duiden slechts zovele fasen aan, die een ding heeft doorlopen. Hier wordt ons gezegd, dat de aarde zes fasen heeft doorlopen. Zij wordt eerst beschreven als te zijn geschapen in twee tijdperken, d.w.z. zij heeft twee fasen doorlopen. De eerste fase was die, waarin zij in gloeiende toestand verkeerde en de tweede die, waarin een korst werd gevormd. Dan zijn er de vier fasen van vs. 10; het maken van bergen, en het zegenen van de aarde of het doen stromen van wateren en ten laatste de schepping van voedingsmiddelen daarop, waarin de schepping van het plantenleven in de derde fase en die van het dierlijk leven in de vierde vervat zijn.

1151 Die is damp. Dat is de eerste fase. Deze beschrijving van de hemel toont bovendien aan, dat de Heilige Qoer-An het met de toen heersende denkbeelden over de hemel niet eens was.

1152 De twee tijdperken voor het scheppen van hemellichamen komen overeen met de twee tijdperken voor het scheppen van de aarde in vs. 9. De laatste woorden van vs. 11 doelen er op, dat er in het ganse helal één wet heerst.

15. Faamma AAadun faistakbaroo fee al-ardi bighayri alhaqqi waqaloo man ashaddu minna quwwatan awa lam yaraw anna Allaha allathee khalaqahum huwa ashaddu minhum quwwatan wakanoo bi-ayatina yajhadoona
15 En aangaande Ad, zij waren ten onrechte hoogmoedig in het land, en zij zeiden: Wie is sterker in kracht dan wij? Zagen zij niet, dat Allah Die hen geschapen had, sterker was in kracht dan zij, en zij loochenden Onze mededelingen?

16. Faarsalna AAalayhim reehan sarsaran fee ayyamin nahisatin linutheeqahum AAathaba alkhizyi fee alhayati alddunya walaAAathabu al-akhirati akhza wahum la yunsaroona
16 Derhalve zonden Wij over hen een hevige wind in onzalige dagen, opdat Wij hen de kastijding der schande in het leven dezer wereld zouden doen smaken; en de kastijding van het hiernamaals is zekerlijk schandelijker, en zij zullen niet geholpen worden.

17. Waamma thamoodu fahadaynahum faistahabboo alAAama AAala alhuda faakhathat-hum saAAiqatu alAAathabi alhooni bima kanoo yaksiboona
17 En aangaande Samoed, Wij leidden hen, maar zij verkozen de dwaling boven de leiding; derhalve overviel hen de gesel ener vernederende kastijding om wat zij verdienden.

18. Wanajjayna allatheena amanoo wakanoo yattaqoona
18 En Wij bevrijdden degenen die geloofden en zich (voor het kwaad) hoedden.



Laatst aangepast door Naila op di okt 09, 2012 9:42 am; in totaal 1 keer bewerkt

4 Re: Soerah Foessilat 41 op di okt 09, 2012 9:24 am

Laila

avatar
United Community Elite
United Community Elite
Paragraaf 3 Getuigenis van de Mens tegen Zichzelf.

19. Wayawma yuhsharu aAAdao Allahi ila alnnari fahum yoozaAAoona
19 En ten dage als de vijanden Allah’s tot het vuur verzameld zullen worden, zullen zij dan tot groepen worden gevormd.

20. Hatta itha ma jaooha shahida AAalayhim samAAuhum waabsaruhum wajulooduhum bima kanoo yaAAmaloona
20 Tot, wanneer zij daartoe komen, hun oren en hun ogen en hun lichaam tegen hen zullen getuigen omtrent wat zij gedaan hebben.

21. Waqaloo lijuloodihim lima shahidtum AAalayna qaloo antaqana Allahu allathee antaqa kulla shay-in wahuwa khalaqakum awwala marratin wa-ilayhi turjaAAoona
21 En zij zullen tot hun lichamen zeggen: Waarom hebt gij tegen ons getuigd? Zij zullen zeggen: Allah, Die elk ding heeft doen spreken, heeft ons doen spreken, en Hij heeft u in het eerst geschapen, en tot Hem zult gij worden wedergebracht,

22. Wama kuntum tastatiroona an yashhada AAalaykum samAAukum wala absarukum wala juloodukum walakin thanantum anna Allaha la yaAAlamu katheeran mimma taAAmaloona
22 En gij bedekte u niet, opdat uw oren en uw ogen en uw lichamen niet tegen u zouden getuigen, maar gij dacht, dat Allah het meeste van wat gij gedaan had, niet kende.

23. Wathalikum thannukumu allathee thanantum birabbikum ardakum faasbahtum mina alkhasireena
23 En dat was uw (boze) gedachte, die gij omtrent uw Heer dacht, die u in het verderf heeft gestort; derhalve zijt gij van degenen geworden, die verlorenen zijn.

24. Fa-in yasbiroo faalnnaru mathwan lahum wa-in yastaAAtiboo fama hum mina almuAAtabeena
24 En indien zij het geduldig uithouden, dan nog is het vuur hun woning, en indien zij om welwillendheid vragen, dan zijn zij niet onder degenen wie welwillendheid zal worden geschonken.

25. Waqayyadna lahum quranaa fazayyanoo lahum ma bayna aydeehim wama khalfahum wahaqqa AAalayhimu alqawlu fee omamin qad khalat min qablihim mina aljinni waal-insi innahum kanoo khasireena
25 En Wij hebben voor hen gezellen bestemd, zodat zij hun schoon hebben doen toeschijnen wat vóór hen en wat achter hen is, en het woord is geen hen bewaarheid – onder de volken van djinn en mensen, die vóór hen zijn heengegaan – dat zij waarlijk verliezers zullen zijn.



Laatst aangepast door Naila op di okt 09, 2012 9:44 am; in totaal 1 keer bewerkt

5 Re: Soerah Foessilat 41 op di okt 09, 2012 9:24 am

Laila

avatar
United Community Elite
United Community Elite
Paragraaf 4 De Gelovigen gestrekt.

26. Waqala allatheena kafaroo la tasmaAAoo lihatha alqur-ani wailghaw feehi laAAallakum taghliboona
26 En degenen die niet geloven, zeggen: Luister niet naar dezen Qoer-An en maak drukte daarin, wellicht zult gij de overhand hebben.

27. Falanutheeqanna allatheena kafaroo AAathaban shadeedan walanajziyannahum aswaa allathee kanoo yaAAmaloona
27 Derhalve zullen Wij degenen die niet geloven, zekerlijk een gestrenge kastijding doen smaken, en Wij zullen hen zekerlijk belonen, om de boze werken die zij plachten te doen.

28. Thalika jazao aAAda-i Allahi alnnaru lahum feeha daru alkhuldi jazaan bima kanoo bi-ayatina yajhadoona
28 Dat is de vergelding der vijanden Allah’s – het vuur; voor hen zal daarin het huis van lang verblijf zijn; een vergelding omdat zij Onze mededelingen plachten te loochenen.

29. Waqala allatheena kafaroo rabbana arina allathayni adallana mina aljinni waal-insi najAAalhuma tahta aqdamina liyakoona mina al-asfaleena
29 En degenen die niet geloven, zullen zeggen: Onze Heer! Toon ons degenen uit het midden van de djinn en de mensen, die ons verleid hebben, opdat wij hen onder onze voeten zullen vertrappen, zodat zij onder de laagste zullen zijn.

30. Inna allatheena qaloo rabbuna Allahu thumma istaqamoo tatanazzalu AAalayhimu almala-ikatu alla takhafoo wala tahzanoo waabshiroo bialjannati allatee kuntum tooAAadoona
30 (Aangaande) degenen die zeggen: Onze Heer is Allah, en op de rechten weg blijven, op hen dalen de engelen neder, zeggende: Vrees niet, en treur ook niet, en ontvang de blijde tijdingen van de tuin, die u beloofd werd:

31. Nahnu awliyaokum fee alhayati alddunya wafee al-akhirati walakum feeha ma tashtahee anfusukum walakum feeha ma taddaAAoona
31 Wij zijn uw bewakers in het leven dezer wereld en in het hiernamaals, en gij zult daarin hebben wat uw zielen wensen en gij zult daarin hebben wat gij vraagt: 1153

32. Nuzulan min ghafoorin raheemin
32 Een onthaal van de Vergevensgezinde, de Genadige.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1153 Dit vers en het hieraan voorafgaande tonen duidelijk aan, dat de engelen in dit leven op de gelovigen nederdalen en hun de blijde tijding geven, dat zij geen vrees moeten hebben. Het is een dwaling te denken, dat deze komst van de engelen op het volgende leven betrekking heeft. 35) Juist in dit leven, wanneer de gelovigen vervolgd en onderdrukt worden en wanneer de machten des kwaads de bovenhand hebben, zijn die verzekeringen hoogst nodig.



Laatst aangepast door Naila op di okt 09, 2012 9:45 am; in totaal 1 keer bewerkt

6 Re: Soerah Foessilat 41 op di okt 09, 2012 9:24 am

Laila

avatar
United Community Elite
United Community Elite
Paragraaf 5 Uitwerking van de Openbaring.

33. Waman ahsanu qawlan mimman daAAa ila Allahi waAAamila salihan waqala innanee mina almuslimeena
33 En wie spreekt beter dan hij, die tot Allah roept, terwijl hij het goede doet en zegt: Waarlijk, ik ben (een) van degenen die zich onderwerpen?

34. Wala tastawee alhasanatu wala alssayyi-atu idfaAA biallatee hiya ahsanu fa-itha allathee baynaka wabaynahu AAadawatun kaannahu waliyyun hameemun
34 En niet gelijk zijn het goede en het kwade. Weer (het kwade) af met wat best is, en zie! Hij, tussen wie en u vijandschap is, zal zijn, of hij een boezem vriend was.

35. Wama yulaqqaha illa allatheena sabaroo wama yulaqqaha illa thoo haththin AAatheemin
35 En niemand wordt het geschonken, behalve dengenen die lijdzaam zijn, en niemand wordt het geschonken, behalve degene die een groot geluk hebben.


36. Wa-imma yanzaghannaka mina alshshaytani nazghun faistaAAith biAllahi innahu huwa alssameeAAu alAAaleemu
36 En indien een inmenging van de duivel u kwaad berokkent, 1154 zoek een toevlucht bij Allah; waarlijk, Hij is de Horende, de Wetende.

37. Wamin ayatihi allaylu waalnnaharu waalshshamsu waalqamaru la tasjudoo lilshshamsi wala lilqamari waosjudoo lillahi alathee khalaqahunna in kuntum iyyahu taAAbudoona
37 En onder Zijn tekenen zijn de nacht en de dag en de zon en de maan; buig u niet voor de zon neder, noch voor de maan; en buig u neder voor Allah, Die ze geschapen heeft, indien gij Hem dient.

38. Fa-ini istakbaroo faallatheena AAinda rabbika yusabbihoona lahu biallayli waalnnahari wahum la yas-amoona
38 Maar indien zij hoogmoedig zijn, verheerlijken degenen die met uw Heer zijn, Hem toch gedurende de nacht en de dag, en zij zijn niet moede. (Siedjda)

39. Wamin ayatihi annaka tara al-arda khashiAAatan fa-itha anzalna AAalayha almaa ihtazzat warabat inna allathee ahyaha lamuhyee almawta innahu AAala kulli shay-in qadeerun
39 En onder Zijn tekenen is dit, dat gij de aarde stil ziet, maar wanneer Wij er water op zenden, beweegt zij zich en zwelt op; waarlijk, Hij Die haar leven geeft, is de Gever van leven aan de doden; waarlijk, Hij heeft macht over elk ding. 1155

40. Inna allatheena yulhidoona fee ayatina la yakhfawna AAalayna afaman yulqa fee alnnari khayrun amman ya/tee aminan yawma alqiyamati iAAmaloo ma shi/tum innahu bima taAAmaloona baseerun
40 Waarlijk, degenen die aangaande Onze mededelingen van de rechten weg afdwalen, zijn voor Ons niet verborgen. Wat! is hij die in het vuur geworpen is, dan beter, of hij die ten dage der opstanding in veiligheid komt? Doe wat gij zult; waarlijk, Hij ziet wat gij doet.

41. Inna allatheena kafaroo bialththikri lamma jaahum wa-innahu lakitabun AAazeezun
41 Waarlijk, degenen die niet in de Herinnering geloofden, toen die tot hen kwam, … wen waarlijk, het is een Machtige Boek:

42. La ya/teehi albatilu min bayni yadayhi wala min khalfihi tanzeelun min hakeemin hameedin
42 De valsheid zal daartoe niet komen, van vóór hem noch van achter hem; een openbaring van de Wijze, de Geloofde.

43. Ma yuqalu laka illa ma qad qeela lilrrusuli min qablika inna rabbaka lathoo maghfiratin wathoo AAiqabin aleemin
43 Er wordt u niets anders gezegd, dan wat inderdaad tot de apostelen vóór u gezegd werd; aarlijk, uw Heer is de Heer der vergiffenis en de Heer der pijnlijke vergelding.

44. Walaw jaAAalnahu qur-anan aAAjamiyyan laqaloo lawla fussilat ayatuhu aaAAjamiyyun waAAarabiyyun qul huwa lillatheena amanoo hudan washifaon waallatheena la yu/minoona fee athanihim waqrun wahuwa AAalayhim AAaman ola-ika yunadawna min makanin baAAeedin
44 En indien Wij die een Qoer-An in een vreemde taal hadden gemaakt, zouden zij zekerlijk hebben gezegd: Waarom zijn, zijn mededelingen niet duidelijk gemaakt? Wat! (is) een vreemde (taal) en het Arabisch (gelijk)? 1156 Zeg: Het is voor dengenen die geloven, een leiding en een geneesmiddel; en (aangaande) degenen die niet geloven, er is een zwaarte in hun oren en het is hun duister; dezen zullen van een ver verwijderde plaats worden toegeroepen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1154 De duivel duidt hier de kwaadstichters aan, die de vooruitgang van de waarheid bemoeilijken.

1155 De uitwerking die de regen op de aarde heeft, wordt vergeleken bij de uitwerking van de Heilige Qoer-An op de harten der mensen, en aldus wordt de aandacht gevestigd op de getuigenis van de waarheid van de Heilige Qoer-An. Het woord doden in Gever van leven aan de doden, betekent degenen die geestelijk dood zijn.

1156 D.w.z. een vreemde taal zou het Arabisch in het gemakkelijk uitdrukken van gedachten niet kunnen evenaren. Maar A;djam betekent ook duister, terwijl Arabi datgene beduidt, wat duidelijk is gemaakt; bijgevolg kan deze plaats betekenen: En indien Wij de Qoer-An duister hadden laten blijven. Enz. De eerste uitspraken van de Heilige Qoer-An aangaande het lot der verdorvenen, zijn meestal met metaforische taal omkleed en de alternatieve betekenis schijnt meer met het verband overeen te stemmen.



Laatst aangepast door Naila op di okt 09, 2012 9:48 am; in totaal 1 keer bewerkt

7 Re: Soerah Foessilat 41 op di okt 09, 2012 9:24 am

Laila

avatar
United Community Elite
United Community Elite
Paragraaf 6 Geleidelijke Verspreiding der Waarheid.

45. Walaqad atayna moosa alkitaba faikhtulifa feehi walawla kalimatun sabaqat min rabbika laqudiya baynahum wa-innahum lafee shakkin minhu mureebin
45 En voorzeker gaven Wij Moesa (a.s.) het Boek, maar zij verschilden daaromtrent; en indien er van uw Heer niet alrede een woord ware uitgegaan, het oordeel zou tussen hen zekerlijk gegeven zijn, en waarlijk, zij zijn in onrustbarende twijfel daaromtrent.

46. Man AAamila salihan falinafsihi waman asaa faAAalayha wama rabbuka bithallamin lilAAabeedi
46 Wie het goede doet, het is voor zijn eigen ziel, en wie het kwade doet, het is tegen haar; en uw Heer is geenszins onrechtvaardig jegens de dienaren.

47. Ilayhi yuraddu AAilmu alssaAAati wama takhruju min thamaratin min akmamiha wama tahmilu min ontha wala tadaAAu illa biAAilmihi wayawma yunadeehim ayna shuraka-ee qaloo athannaka ma minna min shaheedin
47 Aan Hem is de kennis van het uur overgedragen. En er komt geen van de vruchten uit haar omhulsels, noch is een vrouwelijk persoon zwanger, noch baart zij dan met Zijn kennis; en ten dage als Hij hun zal toeroepen. Waar zijn (degenen die gij) Mijn deelgenoten (hebt genoemd)? Zullen zij zeggen: Wij verklaren U, niemand onzer is een getuige.

48. Wadalla AAanhum ma kanoo yadAAoona min qablu wathannoo ma lahum min maheesin
48 En wat zij tevoren aanriepen zal van hen verdwijnen, en zij zullen zeker weten, dat er geen ontkomen voor hen is.

49. La yas-amu al-insanu min duAAa-i alkhayri wa-in massahu alshsharru fayaoosun qanootun
49 De mens is het nimmer moede om het goede te bidden en indien het kwade hem aanraakt, is hij dan wanhopig, hopeloos.

50. Wala-in athaqnahu rahmatan minna min baAAdi darraa massat-hu layaqoolanna hatha lee wama athunnu alssaAAata qa-imatan wala-in rujiAAtu ila rabbee inna lee AAindahu lalhusna falanunabbi-anna allatheena kafaroo bima AAamiloo walanutheeqannahum min AAathabin ghaleethin
50 En indien Wij hem van Ons genade laat smaken na enig kwaad, dat hem heeft aangeraakt, zou hij zekerlijk zeggen: Dit is van mij, en ik denk niet, dat het uur zal geschieden, en indien ik tot mijn Heer word wedergezonden, zal ik bij Hem waarlijk het goede hebben; maar Wij zullen degenen die niet geloofden, zekerlijk inlichten omtrent wat zij gedaan hebben, en Wij zullen hen zekerlijk een harde kastijding doen smaken.

51. Wa-itha anAAamna AAala al-insani aAArada wanaa bijanibihi wa-itha massahu alshsharru fathoo duAAa-in AAareedin
51 En wanneer Wij de mens een gunst betonen, wendt hij zich af en trekt zich terug; en wanneer een kwaad hem aanraakt, doet hij lange smeekbeden.

52. Qul araaytum in kana min AAindi Allahi thumma kafartum bihi man adallu mimman huwa fee shiqaqin baAAeedin
52 Zeg: Zeg mij, indien het van Allah komt en gij daarin niet gelooft, wie is in grotere dwaling dan hij, die in een verlengden wederstand is?

53. Sanureehim ayatina fee al-afaqi wafee anfusihim hatta yatabayyana lahum annahu alhaqqu awa lam yakfi birabbika annahu AAala kulli shay-in shaheedun
53 Wij zullen hun weldra Onze tekenen in afgelegen streken en onder hun eigen volk tonen, 1157 tot het hun gans duidelijk zal worden, dat het de waarheid is. Is het, wat uw Heer aangaat, niet genoegzaam, dat Hij van elk ding Getuige is?

54. Ala innahum fee miryatin min liqa-i rabbihim ala innahu bikulli shay-in muheetun
54 Nu waarlijk, zij verkeren in twijfel omtrent de ontmoeting huns Heren; nu waarlijk, Hij omvat elk ding.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1157 Zowel de mensen van de grenzen van Arabië als die uit het midden der bewoners van Makkah zelf gevoelden zich tot de Islam aangetrokken. Dit was een duidelijk teken, dat de waarheid ondanks de scherpsten tegenstand vooruitging en dat een onzichtbare hand werkte tot steun van de Heilige Profeet; (s.a.w.) immers, was dat niet het geval geweest, dan zou de krachtige en vastberaden tegenstand, die zij ontmoette, de Islam totaal vernietigd hebben. Dat was een teken voor de bewoners van Makkah. Maar het woord afaq, d.i. grenzen of uiteinde der aarde of haar afgelegen zijden, toont aan, dat deze plaats betekent, dat de Islam zich tot in de verst verwijderde streken der aarde zal verspreiden, terwijl anfoesi-hiem, hun eigen volk of de Arabieren aanduidt. Wat hier verklaard wordt is dus dit, dat de Islam zich snel zal verspreiden, niet alleen in Arabië, maar ook in verafgelegen streken der aarde; deze voorspelling is vervat in een hoofdstuk, dat te Makkah werd geopenbaard, toen de Moeslims scherp vervolgd werden en de boodschap van de Islam ogenschijnlijk weinig hoop had, waar dan ook te worden aangenomen.

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum